Ghana heeft een relatief redelijke economische en sociale ontwikkeling heeft doorgemaakt. Voorbeelden zijn een groeiende werkgelegenheid en beter onderwijs. Helaas zit er een keerzijde aan deze medaille, zoals het groeiend aantal straatkinderen en zwangere tienermeisjes in Accra, en naar het westen vertrekkende Ghanezen.
Ghanezen staan bekend als personen die nogal mobiel zijn in hun vestigingspatroon. Zij migreren vaak naar Aburokyere (letterlijk vertaald de overkant van het maisveld) oftewel het buitenland. Zij komen vaak ook terug naar Ghana. De migranten staan bekend als burgers. De ze term is afgeleid van de stad Hamburg. De eerste Ghanezen die terugkeerden van Europa woonden in Hamburg. Zij werden aangeduid als de hamburgers; dit is gaandeweg verbasterd tot burgers.
Een deel van de Ghanese migranten kan getypeerd worden als pendelaars en passanten. Een bekende Ghanese gezegde is in dit verband “vogels die niet vliegen gaan dood”. Veel Ghanezen die in het buiteland verblijven werken hard, zijn ambitieus, maar blijven zich oriënteren op hun herkomstland. In de Verenigde Staten, Groot Brittanië, Canada en Duitsland wonen relatief veel Ghanezen. Zij onderhouden intensieve kontakten met het herkomstland. Vaak wordt geld overgemaakt naar familie, verwanten en vrienden/kennissen. Ook pakketten en allerlei goederen worden gestuurd, vaak vanwege verplichtingen over en weer. Deze relaties kunnen ertoe leiden dat veel Ghanezen aangestoken worden om ook naar Aburokyere te gaan.
Ondanks informatie dat er in het buitenland en in het bijzonder in Europa voor velen het bestaan niet zo florissant is. De overmatige consumptie en rijkdom die de achterblijvers in Ghana ontwaren bij de migranten leiden ertoe dat sommigen vinden dat zij onjuiste informatie krijgen ter ontmoediging van hun migratie. Een Ghanese achterblijver stelt in dit verband “you lie. Plenty of people come back from Holland with a lot of goods. There is no problem in Holland”.
De Ghanese migratie naar Nederland
De migratie van Ghanezen verliep in twee fasen die vooral te maken hebben ontwikkelingen in Ghana. De eerste fase van 1974-1983 had te maken met de oliecrisis. Ghanezen migreerden naar Verenigde Staten, Canada en naar Europa. Een groot deel van de Ghanese migranten zijn economische migranten; een geringer deel zijn politieke migranten. Nadat in Groot Brittanië de immigratieregels werden verscherpt weken in de jaren zeventig Ghanezen uit naar Nederland. Het waren vooral avonturiers, ex-zeelieden en handelaren die in Nederland tweedehands artikelen kwamen kopen.
In 1975 profiteerden deze illegalen van het `generaal pardon’. Vervolgens voltrok zich een kettingmigratie. Men liet zijn gezin overkomen en door de ontstane netwer ken kwamen weer nieuwe immigranten. Omdat de Ghanezen als groep toentertijd nauwelijks zichtbare maatschappelijke overlast bezorgden en de meeste Ghanese migranten werkten, stuitte hun immigratie naar Nederland niet op grote weerstand. De tweede fase hield verband met de strenge droogte, de politieke instabiliteit en de uitzetting van 1 miljoen Ghanezen uit Nigeria (zie Nimako, 2001).
Volgens de officiële cijfers liepen de aantallen Ghanezen in ons land aan het einde van de jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig snel op. Het aantal Ghanese asielzoekers wisselde nog sterker: in 1987 was het 2.515 en in 1991 1.465. Per 1 januari 1993 verbleven er 9.385 Ghanezen in Nederland. Daarna nam het aantal Ghanezen door immigratie en geboorten snel toe tot ruim 15.000 in 2000.
Het begin van de Ghanese migratie kan wordt getypeerd als een stille migratie. Begin jaren negentig ontstond echter veel ophef over Ghanese illegalen en (vermeende) hoge criminaliteit. Mede door de Bijlmerramp in 1992, waarbij de Ghanese gemeenschap zwaar werd getroffen, werden Ghanezen ineens - door de aandacht van de media- ineens een zichtbare groep voor de Nederlandse bevolking.