Waar denk je aan bij het woord ‘Ghana'? Aan vrolijke zwarte vrouwen in prachtige veelkleurige gewaden, een bijpassende doek om het hoofd geknoopt. Typisch Afrikaans, toch? Nee, typisch Nederlands.
Want Vlisco, de producent van deze kleurige stoffen, zit al 150 jaar in het Brabantse Helmond. Een bezoek aan ‘de Yves Saint Laurent van Ghana'.
"Vlisco is een droom", zegt directeur Henk Bremer. "De stof die wij maken, ‘Dutch Wax', is geen Ghanese klederdracht. Het is de absolute top in mode. Vergelijk ons met Chanel of Yves Saint Laurent. Ons handelsmerk, de opdruk ‘Guaranteed Dutch Wax Vlisco' aan de zelfkant van de stof, wordt ook vaak vol trots aan de buitenkant van de kleding gedragen. Veel vrouwen sparen hun hele leven om één keer een lap Vlisco te kunnen kopen."
Stof als belegging
De techniek van Dutch Wax is dezelfde als van batik. Op een lap katoen wordt met een machine een waslaag aangebracht, waarin uitsparingen zitten. Vervolgens gaat de stof in een verfbad, zodat de niet met was bedekte delen een kleur krijgen. Door kleine scheurtjes in de waslaag, waar de verf in door kan dringen, krijgt de stof het ‘gemarmerde' effect. Dan wordt de verflaag weggehaald, en worden er dessins op het bewerkte textiel gestempeld.De prijs van de stof is er dan ook naar: zo'n 200 gulden, één tot twee Ghanese maandsalarissen, voor een lap van ongeveer 11 meter. Voldoende voor twee complete outfits, bestaande uit een rok, bloes en shawl, die je dan nog wel moet laten maken. Niet verwonderlijk dus, dat ‘Dutch Wax' in Ghana als een kostbaarheid wordt behandeld. Dochters erven het van hun moeder of krijgen het als bruidsgeschenk, en heel wat mensen kopen lappen als belegging. Want ‘Dutch Wax' behoudt zijn waarde; het is tenslotte al 150 jaar onderdeel van de Ghanese cultuur.
Batik voor Afrika
Hoe komt een Hollands product aan zo'n Ghanese superstatus? Jan van der Heijden, beheerder van het Vlisco-museum, vertelt: "In de negentiende eeuw deden Nederlandse koopvaardijschepen op weg naar Nederlands-Indië regelmatig de Afrikaanse westkust aan. Aan boord hadden ze onder andere Indonesische batikstoffen, die ze ruilden voor voedsel. Een gouden greep, want in West-Afrika waren kwalitatief hoogwaardige stoffen nauwelijks te krijgen.
Al gauw begonnen Nederlandse textielfabrieken batikstoffen na te maken, speciaal voor de West-Afrikaanse markt. Vooral met de voormalige kolonie Ghana ontstond een bloeiende handel."
De stof, die de naam ‘Dutch Wax' kreeg, bleek ideaal voor de tropen: wasbaar én verkleurde niet. Vlisco-directeur Bremer: "Een Afrikaans gezegde luidt: `Als de stof weg is, is de kleur nog over'. Ook het handgemaakte uiterlijk van de batiktechniek sloeg enorm aan; het ‘marmereffect' en de kleine wasdeeltjes die overblijven als de waslaag na het verven van de stof is gehaald. Dat noemen ze ‘de perfecte imperfectie' van de stof."
Vlaaiendessin
Sinds 1930 ontwerpt Vlisco dessins speciaal voor de Afrikaanse markt. Daarvoor verdiepen tien Nederlandse ontwerpers zich dagelijks in het Afrikaanse denken en voelen.Waarom dan geen lokale designers ingehuurd? Henk Bremer: "Wij bepalen de mode, dus moeten we steeds iets compleet nieuws brengen. Doordat onze ontwerpers Nederlanders zijn, kunnen ze de Ghanees blijven verrassen. Juist dat stukje afstand tot hun cultuur is belangrijk voor een goed design." Ter illustratie toont Bremer een Afrikaans ogende lap stof met een opdruk die me vaag bekend voorkomt. "Limburgse vlaaien. Dit dessin is niet aan te slepen op het moment, terwijl niemand daar weet wat het voorstelt. Hun cultuur en westerse invloeden: een goed huwelijk!"
Klassiekers
Vlisco brengt jaarlijks zo'n 150 dessins op de Ghanese markt. Een deel slaat zodanig aan, dat het tot de ‘klassiekers' gaat behoren. Zoiets als ons Chanelpakje of de Brigitte Bardot-ruit; een stof die, in aangepaste vorm, geregeld terugkeert in het modebeeld.Er bestaan wel verschillen per regio en stam. Henk Bremer: "Of een dessin aanslaat, hangt bijvoorbeeld af van de religie in een bepaald gebied. Inmiddels kan ik aan iemands Vlisco-kleding zien waar hij vandaan komt!"
Symbolische naam
Een belangrijke graadmeter voor het succes van een stof is naamgeving. Vlisco nummert de dessins, maar voor de toppers verzint ‘de markt' een naam. Bremer: "Soms is die heel symbolisch. Deze lap bijvoorbeeld, heet ‘Mon mari est capable'". Lachend: "Die stof verkocht namelijk zó goed, dat veel verkoopsters er genoeg geld aan overhielden om eindelijk hun man aan de kant te zetten."